Geacht kabinet: Zet het creatieve ondernemerschap op de kaart

Geacht kabinet: Zet het creatieve ondernemerschap op de kaart

Stimuleer jonge, creatieve mensen om een eigen bedrijf te starten, in plaats van een baan te zoeken buiten Zeeland. “Leer jongeren ondernemen”, is het pleidooi van creatief ondernemer Imre Schaafsma uit Oud-Sabbinge.

“Waar kun je terecht met al je vragen?”, vraagt Schaafsma zich hardop af. “Mijn dochter heeft een creatieve opleiding gedaan in Breda. Ze is teruggekomen om samen met mij een studio op te richten. Veel jongeren durven de stap naar het ondernemerschap niet te zetten. Zij durfde het wel aan, maar het is wel erg lastig. In Zeeland zijn er, op Dockwize na, geen platforms of groepen om kennis en ervaringen te delen.” Jongeren worden niet aangemoedigd of geholpen om een eigen bedrijf te starten, vindt Schaafsma.

Geldverstrekkers huiverig voor creatieve sector en vrouwen
Schaafsma heeft geen goede ervaringen met banken en investeerders. Het lijkt het erop dat geldverstrekkers bang zijn om creatieve ondernemers financieel te ondersteunen. “Waar dat aan ligt? Misschien is het een te vaag vak of denken geldverstrekkers dat je als vrouw niet écht kunt ondernemen? Als ondernemende vrouw word je steeds gezien als iemand die leuk bezig is, maar je voelt je niet echt serieus genomen.”

Niet alleen denken als een kunstenaar, ook geld leren verdienen
Schaafsma vindt dat scholen met creatieve opleidingen hun leerlingen beter moeten voorbereiden op dit soort hobbels op de weg naar een succesvolle toekomst. “Docenten leren je vooral om te denken als een kunstenaar. Het moet gaan over gevoel of je innerlijk tonen. Maar als je liever iets maakt wat ook echt goed verkoopt, omdat mensen het mooi vinden, dan vinden ze dat vreemd op de opleiding.”

Schaafsma wil dat opleidingen ondernemerschap onder jongeren meer gaan stimuleren. De overheid moet ervoor zorgen dat scholen dit ook daadwerkelijk gaan doen. “Ik hoop dat in de toekomst meer jongeren in Zeeland durven te ondernemen. Of ze het ondernemen nou mee hebben gekregen vanuit de opvoeding of niet.”
Bron