class="post-template-default single single-post postid-2175 single-format-standard wp-custom-logo wp-embed-responsive">

Te weinig zicht op het ronselen van jongeren voor gedwongen criminaliteit

Er is veel te weinig zicht op jongeren die gedwongen in de criminaliteit belanden, zegt het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM). De organisatie stuitte bij twee jaar onderzoek in dertien steden op ruim 2500 vermoedelijke slachtoffers. In die periode werden landelijk slechts 68 slachtoffers geregistreerd.

De criminelen gaan berekenend te werk bij het ronselen van de jongeren. Ze sluiten bijvoorbeeld eerst vriendschap en doen vervolgens een beroep op hun slachtoffers om eens een pakketje weg te brengen of een pinpas uit te lenen. “Ze ronselen bewust bij basisscholen, praktijkscholen en zelfs zorginstellingen”, zegt Shamir Ceuleers van het CKM. “Ze maken misbruik van een kwetsbare positie, zoals een lichtverstandelijke beperking, eenzaamheid of schulden- of verslavingsproblematiek. Soms is de dwang zo subtiel dat slachtoffers niet eens weten dat zij uitgebuit worden.”

Om te voorkomen dat deze jongeren verder de criminaliteit ingezogen worden moeten ze eerst in beeld komen, stelt het CKM. Hetzelfde geldt voor het aanpakken van de daders.

Slachtoffer of dader

Voor het onderzoek werd leraren, jongerenwerkers, wijkagenten, leerplichtambtenaren en andere eerstelijns professionals gevraagd of zij de afgelopen twee jaar in contact zijn geweest met vermoedelijke slachtoffers van criminele uitbuiting. De helft van de ondervraagden gaf aan dat dat het geval was.

Het gaat vaak om kwetsbare kinderen en jongvolwassenen die zelf geen hulp kunnen of durven vragen. “Omdat ze zich niet als slachtoffer identificeren, bang zijn voor represailles of bang zijn vervolgd te worden”, legt Ceuleers uit. “Hierdoor kunnen zij lang in de uitbuitingssituatie blijven vastzitten. Als ze al in beeld komen, is dit vaak als dader in plaats van als slachtoffer.”

Niet alleen in grote stad

Het is niet alleen een probleem in de grote steden. “Het gebeurt ook hier in Nunspeet”, zegt Ilonka Donker, teamleider op het Nuborgh College Veluvine. “Jongeren hebben allemaal dezelfde triggers. Dat kan rijk worden zijn of vrienden maken. Of gewoon de kick. En ook hier heb je gezinssituaties die maken dat je je sneller aansluit en dit soort dingen gaat doen.”

Op de school worden daarom speciale gastlessen gegeven. Om de leerlingen te waarschuwen hoe ze de criminaliteit in gedwongen kunnen worden, en om bewustwording bij leraren te vergroten. Wat zijn de signalen? “Wij zagen vierdeklassers die bevriend raakten met eersteklassers”, vertelt Donker. “En als die opeens dure kleren hebben terwijl ze daar niet de financiële middelen voor hebben kan dat erop wijzen dat ze klusjes voor iemand doen.”

Speciale aanpak

Het rapport toont volgens het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel dat criminele uitbuiting van kinderen en jongeren een belangrijke maar nog onzichtbare pijler vormt onder het verdienmodel van criminelen. “Als we ondermijning serieus willen aanpakken, móeten we ook criminele uitbuiting bestrijden. Slagen we er niet in om deze slachtoffers te signaleren en te beschermen dan is de kans groot dat we hen verliezen aan het criminele circuit”.

Bij het maken van beleid om de criminaliteit terug te dringen moet dus worden meegenomen dat niet iedereen die strafbare feiten pleegt dat vrijwillig doet, stelt het CKM. “Dat besef ontbreekt in de Nederlandse aanpak. De minister kijkt terecht naar Italië voor de aanpak van ondermijning, maar wij wijzen ook op het Verenigd Koninkrijk, dat verder is in de aanpak van criminele uitbuiting”.

In een reactie zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid dat er met allerlei landen, ook het VK, wordt samengewerkt. Daarnaast heeft minister Yeşilgöz in april 82 miljoen euro beschikbaar gesteld aan 15 gemeenten voor een aanpak in wijken waar de risico’s het grootst zijn dat jongeren doorgroeien in een criminele carrière. Later dit jaar volgen meer gemeenten.

Er is veel te weinig zicht op jongeren die gedwongen in de criminaliteit belanden, zegt het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM). De organisatie stuitte bij twee jaar onderzoek in dertien steden op ruim 2500 vermoedelijke slachtoffers. In die periode werden landelijk slechts 68 slachtoffers geregistreerd.

De criminelen gaan berekenend te werk bij het ronselen van de jongeren. Ze sluiten bijvoorbeeld eerst vriendschap en doen vervolgens een beroep op hun slachtoffers om eens een pakketje weg te brengen of een pinpas uit te lenen. “Ze ronselen bewust bij basisscholen, praktijkscholen en zelfs zorginstellingen”, zegt Shamir Ceuleers van het CKM. “Ze maken misbruik van een kwetsbare positie, zoals een lichtverstandelijke beperking, eenzaamheid of schulden- of verslavingsproblematiek. Soms is de dwang zo subtiel dat slachtoffers niet eens weten dat zij uitgebuit worden.”

Om te voorkomen dat deze jongeren verder de criminaliteit ingezogen worden moeten ze eerst in beeld komen, stelt het CKM. Hetzelfde geldt voor het aanpakken van de daders.

Slachtoffer of dader

Voor het onderzoek werd leraren, jongerenwerkers, wijkagenten, leerplichtambtenaren en andere eerstelijns professionals gevraagd of zij de afgelopen twee jaar in contact zijn geweest met vermoedelijke slachtoffers van criminele uitbuiting. De helft van de ondervraagden gaf aan dat dat het geval was.

Het gaat vaak om kwetsbare kinderen en jongvolwassenen die zelf geen hulp kunnen of durven vragen. “Omdat ze zich niet als slachtoffer identificeren, bang zijn voor represailles of bang zijn vervolgd te worden”, legt Ceuleers uit. “Hierdoor kunnen zij lang in de uitbuitingssituatie blijven vastzitten. Als ze al in beeld komen, is dit vaak als dader in plaats van als slachtoffer.”

Niet alleen in grote stad

Het is niet alleen een probleem in de grote steden. “Het gebeurt ook hier in Nunspeet”, zegt Ilonka Donker, teamleider op het Nuborgh College Veluvine. “Jongeren hebben allemaal dezelfde triggers. Dat kan rijk worden zijn of vrienden maken. Of gewoon de kick. En ook hier heb je gezinssituaties die maken dat je je sneller aansluit en dit soort dingen gaat doen.”

Op de school worden daarom speciale gastlessen gegeven. Om de leerlingen te waarschuwen hoe ze de criminaliteit in gedwongen kunnen worden, en om bewustwording bij leraren te vergroten. Wat zijn de signalen? “Wij zagen vierdeklassers die bevriend raakten met eersteklassers”, vertelt Donker. “En als die opeens dure kleren hebben terwijl ze daar niet de financiële middelen voor hebben kan dat erop wijzen dat ze klusjes voor iemand doen.”

Speciale aanpak

Het rapport toont volgens het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel dat criminele uitbuiting van kinderen en jongeren een belangrijke maar nog onzichtbare pijler vormt onder het verdienmodel van criminelen. “Als we ondermijning serieus willen aanpakken, móeten we ook criminele uitbuiting bestrijden. Slagen we er niet in om deze slachtoffers te signaleren en te beschermen dan is de kans groot dat we hen verliezen aan het criminele circuit”.

Bij het maken van beleid om de criminaliteit terug te dringen moet dus worden meegenomen dat niet iedereen die strafbare feiten pleegt dat vrijwillig doet, stelt het CKM. “Dat besef ontbreekt in de Nederlandse aanpak. De minister kijkt terecht naar Italië voor de aanpak van ondermijning, maar wij wijzen ook op het Verenigd Koninkrijk, dat verder is in de aanpak van criminele uitbuiting”.

In een reactie zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid dat er met allerlei landen, ook het VK, wordt samengewerkt. Daarnaast heeft minister Yeşilgöz in april 82 miljoen euro beschikbaar gesteld aan 15 gemeenten voor een aanpak in wijken waar de risico’s het grootst zijn dat jongeren doorgroeien in een criminele carrière. Later dit jaar volgen meer gemeenten.